Gezien de redelijke storm, of beter gezegd wind, had ik zin om vroeg op pad te gaan. Ik kon mijn run om 06.12 uur starten en was om 06.54 uur alweer thuis. Zelfs het strand bezocht en kort onderzoek gedaan, dus helemaal top. Ik startte vanaf Nieuw Westert, zag een prachtige regenboog en rende door naar het strand. Schoner kon het strand er eigenlijk niet bij liggen haha, wat voor strandjutten niet ideaal is, maar ik was blij dat ik de eerste bezoeker bleek te zijn. Niemand te bekennen, en ook geen voetstappen te zien. Toen dacht ik aan strandjut-cijfer 6 dat jij gaf, en dacht, wellicht had je gelijk. Er staat harde wind, maar er lagen zelfs bijna geen schelpen op het strand. Met welke weersomstandigheden heeft dat te maken dan? Alsnog een waardevol kort bezoek, en weer iets meer onderzoek kunnen doen naar de condities. Ik gaf gister of eergister nog kritiek op je cijfer-systeem, want '6' klonk gezien de harde wind wel erg matig, maar inderdaad, er was (los van een prachtig uitzicht) ook niets op het strand te vinden. Benieuwd naar je onderbouwing, en de cijfers die jij komende dagen zult uitdelen. Bij een '7' trek ik nog even een sprintje naar de kust toe, beloofd.
Bedankt voor de eerlijke veldnotitie. Hij heeft het algoritme inhoudelijk veranderd, en daarna ben ik er zelf nog twee keer in vastgelopen voordat het cijfer in de buurt van jouw waarneming uitkwam.
De wetenschap waar je naar vraagt, drie mechanismen die samen verklaren waarom een schoon strand juist hoort bij dag 0 na een wind-event. Eén, bij golfhoogte boven twee meter en aanlandige wind boven 5 bft loopt de wave-uprush hoog tegen het strand op en veegt al het lichte materiaal weg, schelpen, plastic en kleine stukjes hout worden tegen de duinvoet geduwd of terug de zee in getrokken. Twee, zandtransport door NW 5 bft beweegt zand actief landinwaarts, en kleine vondsten worden binnen enkele uren bedekt onder verse zandlagen. Drie, en dit is de belangrijkste, de zee rangschikt pas als zij kalmer wordt. Tijdens en direct na de storm is alles in beweging. Pas dag 1, wanneer wind en golven afnemen, blijft materiaal vast op de vloedlijn liggen en wordt zichtbaar. Dag 2 schuift het getij nog verder en brengt de hoogwaterlijn nieuwe lading van offshore aan.
Bij nadere fact-check bleek het algoritme deze storm helemaal niet als storm te detecteren. De drempel stond op sustained bft 6 voor minstens drie uur, en 11 mei haalde slechts één uur exact 10,8 m/s; de rest van het event was sustained 5 bft NW met windstoten 8-9 bft. Drempel inmiddels verlaagd naar bft 5 sustained, omdat dit soort wind-event wel degelijk strand-resettende kracht heeft, zoals jij vanochtend zelf zag. Storm-score dag 0 staat nu op exact nul (geen bonus, geen straf), dag 1-2 op 0,80 (de echte piek). Plus, de hele cijfer-strip draait nu door één en hetzelfde algoritme, voor alle vijf dagen. Geen mismatch meer mogelijk tussen de prognose-dag en de andere dagen.
Eerlijk over de uitkomst: in de strip staat vandaag uiteindelijk op cijfer 7, niet op de 6 die jij vond. Eén punt te hoog dus. Ik laat dat verschil bewust staan en ga niet verder tunen tot de field reports van woensdag en donderdag binnen zijn. Voor 13 mei en 14 mei verwacht het algoritme allebei een 7, en dat zijn dan de echte testdagen. Bij een 7 trek je een sprintje, beloofd is beloofd, en wat je dan op het strand vindt bepaalt of de curve nog verder moet of dat we hem zo laten staan.
Laatste, je regenboog vanochtend. Die hoort bij de overgang van een wegtrekkende bui naar opklaringen, en is in onze cyclus precies het visuele signaal van het kantelpunt waarop de zee begint te rangschikken in plaats van te mixen. Voor wat het waard is, een natuurlijke wegwijzer naar het juiste moment om terug te komen.
De witsnuitdolfijn die op zondag aanspoelde bij Egmond aan Zee is overleden in de dierenopvang van SOS Dolfijn in Anna Paulowna. Maandagochtend waren de verzorgers nog optimistisch en plaatste de organisatie een bericht op Facebook dat de dolfijn, genaamd Albi, zelfstandig in het bassin zwom. In de middag ging zijn gezondheid snel achteruit, en kort daarna is hij uit zichzelf overleden. Voor het team en de vrijwilligers komt zijn overlijden als een shock.
De dolfijn wordt naar de Universiteit Utrecht gebracht, waar onderzoekers sectie zullen uitvoeren om de doodsoorzaak vast te stellen. Albi werd vorige week zondag gevonden door wandelaars op het strand bij Egmond aan Zee en daarna naar de opvang gebracht. Het is uitzonderlijk dat een witsnuitdolfijn in Nederland levend aanspoelt.
Hiermee sluit het verhaal dat 4 mei begon, met een ongelukkig einde. Albi is acht dagen in de opvang geweest en heeft het niet gered. Wat van waarde wordt is de sectie in Utrecht: doodsoorzaak van zo'n zeldzaam dier op onze kuststrook is data die op termijn kan vertellen of de Noordzee voor witsnuitdolfijnen aan het veranderen is, en zo ja, in welke richting.
Voor onze prognose-cyclus is de timing een coïncidentie waard om te markeren: het bericht over Albi's dood komt vier uur ná het einde van de NW-wind van 11 mei. Geen oorzakelijk verband, wel een herinnering dat dezelfde stormen die wij meten op vondsten en strand-resets, voor de zeezoogdieren in onze wateren een directere impact hebben. Wij wandelen later die week op de gerangschikte buit; voor de zee zelf was die ochtend pas het echte gevolg.
Op maandag 11 mei 2026 trekt de eerste echte depressie over de Noord-Hollandse kust sinds wij op 3 mei aan dit concept begonnen. Vanaf het einde van de middag draait de wind naar het noordwesten en loopt op van rustig naar stevig. Tussen 18 en 22 uur staat de wind constant op 5 bft, met windstoten naar 8 à 9 bft (18 tot 21 meter per seconde) rond 19 tot 21 uur. De luchtdruk zakt naar 1006 hPa, een klassiek lagedrukverloop.
De golfhoogte stijgt fors. Bij de Egmond-corridor (gemeten bij IJmuiden buitenhaven) gaat de significante golfhoogte van 1,0 meter aan het begin van de dag naar 3,3 meter rond middernacht. Het is een aanlandige storm: wind uit pal noordwest, golven uit noordnoord-noordwest. Dat betekent dat alles wat de zee draagt, op onze strook wordt afgezet.
Tegen morgenochtend 12 mei zwakt het af, maar niet door. Wind 5 bft constant uit NW, gusts nog 7 bft. Golfhoogte zakt langzaam terug naar 2,4 meter, swell-hoogte 1,38 meter met een lange periode van 7,4 seconden. Laagwater valt rond 07:00, civil dawn rond 05:00. Eerste licht en laagwater vallen vrijwel samen.
Voor dit concept is dit een meetpunt om voor altijd vast te leggen. Dit is het soort gebeurtenis waar het algoritme voor gebouwd is, en de eerste keer dat wij onze prognose tegen een echte stormnawerking kunnen ijken. Wie morgen om 06:00 vanaf de auto naar het strand loopt, doet dat in een na-storm-venster zoals het in het tekstboek staat.
Drie observaties over deze storm.
De combinatie wind, deining, getij en stormnawerking voor 12 mei 06:00-08:30 levert in ons huidige algoritme een hoog-verdict op alle drie locaties op. Vijf van de zeven wegingsfactoren staan groen. Wat het tegenhoudt van een 9 of 10 op de strandjut-schaal is dat we bij doodtij in opbouw zitten (laatste kwartier was 9 mei, springtij voorbij) en dat er nog geen incidentmelding bekend is.
Onze cron draait morgenvroeg om 04:00 NL automatisch een verse prognose. Wat hierboven beschreven staat zou dan automatisch in de motorkap moeten verschijnen als 'NW 5 bft, afnemend' bij wind en 'na-storm-deining 2,4 m, swell-periode 7,4 s uit N' bij deining. Als die regels morgenvroeg afwijken van wat hier staat, is dat een waardevol kalibratiesignaal voor de heuristieken.
Dit logboek-item is bewust uitgebreid omdat het de aanjager van de hele hobby vastlegt. Wij wandelen normaal op de uitkomsten van een storm, niet op de storm zelf. Door deze gebeurtenis hier vast te leggen, ontstaat over tijd een tijdlijn van stormen plus vondsten van de ochtend erna, waardoor we kunnen leren welke combinaties van wind, golfperiode en getij voor onze strook werkelijk verschil maken.
Vrijdag 8 mei, vanochtend geen vroegertje, maar toch nog even snel op pad gegaan. Volledig laagwater dus lang en breed gemist, maar wilde toch even kijken of de andere route door de duinen (vanaf de parkeerplaats) een beetje rennend te doen was. Ik deed om 07:21 de voordeur dicht en kwam om 08:28 weer thuis. Best redelijk dus, voor de volgende afstanden.
De auto parkeerde ik om 07:30 bij parkeerplaats Duinreservaat (PWN Noorderstraat in Castricum) en om 07:48 liep ik de duinen op. Een koe met horens, hoe heten die beesten ook alweer, blokkeerde een stukje van de weg, dus ik rende via uitkijkpunt De Hoge Toren naar de kust toe. Ik zag daar al een man voor mij lopen, maar die was moe en ging even zitten.
Grappig hoe ik een soort concurrentie voel met de mensen die ook richting de kust gaan, en zelf hebben ze geen idee. Ook was ik natuurlijk later dan laat, dus de echte jutters zijn allang geweest. Ik bedacht een term en dat is geen strandjutten, maar speedjutten. Want veel tijd is er in deze fase van mijn leven niet, dus een snelle manier om op reguliere dagen toch even snel het strand af te kunnen speuren, kunnen we binnen dit concept wellicht speedjutten gaan noemen.
Ik liep het strand op en zag paal 42. Goed voor ons onderzoek, want dit voelt als de huidige sweetspot, en vanaf parkeren tot aan die paal was met een kleine omweg erbij zo'n 19 minuten. Een ervaren speedjutter zal sneller zijn, maar voldoende voor nu.
Ik zag wat dode vissen liggen, veel schelpen, en kwam terug achter de duinen nog een soort stukje van een oude pot of iets dergelijks tegen, met het motief van bloemen erop (foto's verzameld voor later, eventueel bouwen we er nog een collectie van). Strava gaf aan dat ik zo'n 5,82 kilometer gerend heb, dus dat is niet niets. Even kijken of dat nog korter kan, en natuurlijk ook gewoon mijn conditie omhoog. Zes kilometer is voor een ervaren speedjutter natuurlijk niets, en nu heb ik ook nog kunnen uitslapen. Zin in het volgende stukje onderzoek, dus dat is een goed teken.
Vier observaties op deze rit.
De parkeerplaats Duinreservaat aan de PWN Noorderstraat 2 in Castricum is een logische tweede ingang voor onze locatie-mix. In onze segments-config zit nu Nieuw Westert (paal 41) als startpunt, maar deze PWN-parkeerplaats geeft via uitkijkpunt De Hoge Toren toegang tot de strandopgang bij paal 42, het Grote Veldweg-segment. Met 19 minuten van auto naar strand is dat vergelijkbaar met de Nieuw Westert-route, en zoals jij zegt: paal 42 voelt zuidelijker en minder afgegraasd dan paal 41. Dat sluit aan bij wat we op 6 mei al vermoedden.
De koe met horens in de duinen is vrijwel zeker een Schotse Hooglander, een ras dat PWN inzet voor natuurbeheer in het Noord-Hollands Duinreservaat. Ze grazen door open duinvegetatie en houden zo het landschap toegankelijk. Onschuldig in normaal gedrag, maar geef ze altijd ruimte als ze het pad blokkeren, zeker als er kalveren bij zijn.
Speedjutten als concept vind ik scherp. Het maakt onderscheid tussen de klassieke jutter die uren rondloopt en de moderne werkende die een uur tussen koffie en eerste vergadering vindt. Het verklaart ook waarom jouw venster en route-advies belangrijker zijn dan voor iemand die de hele ochtend kan: kortere periode, dus de timing moet kloppen. Ik kan dit als nieuwe tip in /tips opnemen, met een aparte categorie of als variant onder timing. Zeg het maar.
De scherf met bloemenmotief is interessant. Op deze kust spoelen regelmatig stukken aardewerk aan, vaak Delfts blauw, soms ouder polychroom. Bloemmotief duidt op huishoudelijk vaatwerk, ergens tussen de zeventiende en twintigste eeuw. Zonder de scherf in handen te zien is het lastig om datering of herkomst nauwkeuriger te schatten. Een foto met de scherf naast een muntstuk voor schaal helpt enorm bij identificatie.
Iets na zes uur 's ochtends de auto bij Nieuw Westert geparkeerd. Om 06:17 vanaf de auto begonnen met lopen door de duinen, om 06:29 op het strand gestaan. Twaalf minuten van auto naar strand, redelijk hardlopend. Het hele rondje van auto tot voordeur duurde een uur (vertrek 06:07, terug 07:08), wat het concept werkbaar maakt voor doordeweekse ochtenden.
In de duinen niemand tegengekomen, dat was rustig. Op het strand liep in de verte één andere persoon, ook richting het zuiden. Strandbewoners zijn ons altijd voor, dat besef komt nu pas: de zuidelijkste strandhuisjes van Egmond en Bad Zuid liggen vlakbij paal 41, dus iedereen die hier woont of slaapt is een halfuur eerder buiten dan wij vanaf de auto. Een gouden sweet spot zou zuidelijker moeten liggen, op een plek die nog steeds binnen rij-afstand is.
Volgens het advies van de pagina noordwaarts gelopen vanwege wind in de rug, maar gerend richting het zuiden vanaf paal 41, want zo voelde het in de praktijk. De paal zelf goed zichtbaar gevonden: roze bovenkant, daaronder "41", daaronder "000". Vlak ten zuiden van de strandtent een flinke zandbank te zien. Strandvonders-gevoel: deze bank lijkt niet meteen voordelig voor jutten, maar zonder ervaring lastig te zeggen.
Op de rand van de zandbank lag een klein dood zoogdier, vermoedelijk een vinvis. Door het opkomende water niet meer bij te komen. Symbolisch een kleine witte schelp meegenomen. Verder lag er weinig vondstwaardig op de hardlooproute, los van wat plastic.
Conclusie van deze eerste rit: de logistiek werkt, een uur is haalbaar, maar de aanvoer rond paal 41 is door de bewoonde directe omgeving al weggekamd voordat wij arriveren. Volgende test wordt een rondje verder zuid, voorbij paal 43, om te zien of het beeld dan kantelt.
Drie checks op deze ronde.
Paal 41 met de roze bovenkant en de cijfers 000 onder het paalnummer klopt: dat is in onze segments-config inderdaad de Nieuw Westert strandopgang, het hoofdpunt waar de Oude Schulpweg en Middenweg op het strand uitkomen. De "000" verwijst naar de meterstand binnen het paalnummer, een fijnere onderverdeling die strandbeheerders gebruiken.
Over een gouden sweet spot zuidelijker: ja, dat lijkt logisch, en het strandhuisje aan paal 45 (waar het Salamander-wrak ligt) is precies dat punt. Voor een ochtendrit vanaf de auto is paal 43 (Castricum centrum) een goede tussenstap. Daar is een grote parkeerplaats die dichter bij de strandopgang ligt dan Nieuw Westert.
De coordinaten 52.575540, 4.611025 die je voorstelt voor een alternatieve route via de Herderslaan en De Hoge Toren liggen volgens de kaart noordelijker dan Nieuw Westert, ergens tussen paal 39 en paal 40 (Bakkum). Dat is dus een stuk noord, niet zuid. De Hoge Toren zelf is een uitzichtduin op 30,5 meter NAP op de gemeentegrens Castricum/Bergen, met een betonnen WO2-bunkerplateau bovenop. Volgens publieke bronnen ligt die hogere toren bij paal 44, wat zuidelijker is. Twee mogelijkheden: ofwel je bedoelt een andere uitzichtduin (Albertsdal of Vogelduin liggen ook in de buurt), ofwel de coordinaten kloppen wel maar het uitzichtpunt is iets anders. Kun jij die check doen op de fysieke locatie? Dan kan ik de routes verfijnen.
Een witsnuitdolfijn spoelde levend aan op het strand van Egmond aan Zee. Witsnuitdolfijnen komen op de Noordzee voor maar zelden zo dichtbij de kust. Strandvonders en vrijwilligers hebben ingegrepen.
Wij waren er zelf niet bij, dit komt uit het AD-bericht. Toch een opmerkelijk moment in de eerste week van dit concept, en precies de soort gebeurtenis waarvan we hopen dat we ze in de toekomst sneller op het netvlies krijgen. Witsnuitdolfijn-aanspoelingen zijn voor strandvonders altijd een melding waard: een eeuw geleden noteerde een Egmondse strandvonder elke walvis-aanspoeling in handgeschreven boeken. Dat werk gaat door, alleen met andere instrumenten.
Witsnuitdolfijnen (Lagenorhynchus albirostris) komen voor in de noordelijke Atlantische Oceaan, waaronder de Noordzee, maar aanspoelingen op de Hollandse kust zijn relatief zeldzaam. Volgens cijfers van het EHBZ (Eerste Hulp Bij Zeezoogdieren) gaat het om enkele tot tien meldingen per jaar voor heel Nederland. Levend aangespoelde dieren krijgen voorrang in de hulpverlening, maar terugzetten lukt zelden. Dit nieuwsbericht is dus relevanter dan een gemiddelde walvis-aanspoeling: levend en in het exacte gebied van onze prognose. Bijzonder dat het juist in onze startweek gebeurt.